Beelddenken

________________________________________________________________________________________


Beelddenken wil zeggen dat je denkt in beelden, plaatjes en filmpjes. Ieder mens wordt geboren als beelddenker en blijft dat tot ongeveer zijn 5e levensjaar. Daarna gaat de grootste groep over op een auditieve manier van informatieverwerking. Ongeveer 7% van de mensen blijft beelddenker. Deze mensen zijn visueel-ruimtelijk ingesteld en verkiezen beelden boven woorden. De rechter hersenhelft is bij hen dominant.

Hoe weet je of iemand een beelddenker is? 

Beelddenkers zijn vaak creatief, hebben een geheel eigen visie en een eigen manier om problemen op te lossen, een eigen humor (veel binnenpretjes), ze nemen veel tegelijk waar, kunnen sneller zijn afgeleid door nieuwe prikkels of dromerig overkomen. Daarnaast kun je een beelddenker herkennen aan zijn denkwijze met een blik naar boven gericht. Vraag het kind eens wat hij gisteren droeg. Denkt hij na en kijkt hij naar boven, dan heb je een grote kans dat hij beelddenker is.

Een beelddenker is eigenlijk een 3D-denker. Bij elk woord dat hij hoort vormt zich in zijn hoofd een beeld. Een beelddenker kan informatie veel sneller verwerken (32 plaatjes per seconde) dan iemand die in woorden denkt (2,5 woorden per seconde).

Beelddenkers nemen dingen waar als een geheel. Het is voor hen belangrijk een totaalplaatje te zien. Ze willen daarom ook graag weten waarom iets is zoals het is. Het 3D-denken is een mooie eigenschap. Je kunt alles letterlijk en figuurlijk van alle kanten bekijken. Maar het kan ook lastig zijn als je letters in 3D ziet en van alle kanten bekijkt. Zie jij dan nog of het een p, een d, een q of een b is? 



Veel beelddenkers worden gezien als dyslectisch. Dit is niet altijd het geval. Bij dyslexie gaat lezen, spellen en schrijven moeizaam, terwijl het kind een gemiddelde intelligentie heeft. Toch hebben beelddenkers vaak een leerachterstand (op taalgebied en/of op rekengebied). Een beelddenker neemt het totaalplaatje waar en daarbij kan hij gemakkelijk details over het hoofd zien. Bij het lezen worden de woorden die geen plaatje hebben (zoals 'een', 'het', 'wordt') vaak overgeslagen. Bij spelling schrijven beelddenkers de woorden op zoals je ze hoort (fonetisch). Hij schrijft bijvoorbeeld 'trug' in plaats van 'terug'. Een beelddenker slaat plaatjes op in het hoofd in plaats van een woord. Hij heeft nu het plaatje van het woord 'terug' verkeerd opgeslagen en blijft dat steeds fout schrijven. Het is belangrijk dat het kind leert het juiste woord op te slaan en daarnaast leert het foute woord te wissen. 


Tijdens de begeleiding 'Ik leer anders' wordt de lesstof vertaald naar de manier van leren van een beelddenkend kind. De lesstof wordt hierbij visueel aangeboden. Op school gebeurd dit veelal auditief. Met deze methode krijg je grip op het opslaan, verwerken en onthouden van de aangeboden lesstof. Bij toetsing kun je de informatie gemakkelijk terugvinden in je geheugen. Dit geeft ook rust in het hoofd.



 Is jouw kind een beelddenker?


1. Kan jouw zoon of dochter goed puzzelen?

2. Houdt je kind veel van de TV en/of spelcomputer?

3. Speelt je kind graag met constructiespeelgoed (Lego e.d.)?

4. Heeft je kind een levendige verbeelding en kan daardoor op gaan in zijn/haar  

        fantasiewereld?

5. Wordt hij/zij makkelijk afgeleid?

6. Moet je instructies vaak herhalen voordat taken worden uitgevoerd?

7. Heeft je kind laat leren lopen?

8. Wiebelt hij/zij veel?

9. Eerst doen en dan pas denken?

10. Is hij/zij overweldigend aanwezig op verjaardagen en in pretparken?
        (Na eerst de kat uit de boom te hebben gekeken.)

11. Denkt je kind erg zwart-wit?

12. Is hij/zij erg perfectionistisch, die niet graag faalt (gevoelig voor kritiek)?

13. Wint je kind graag en is het een slechte verliezer?

14. Herinnert hij/zij gebeurtenissen gedetailleerd (zelfs van jaren geleden)?

15. Heeft je kind problemen met het vasthouden van een pen, slecht handschrift?

16. Heeft je kind een allergie, last van astma of veel oorontstekingen (gehad)?

17. Heeft je kind een goed gevoel voor humor (creatieve woordspelingen)?

18. Moeten de etiketten uit kleding geknipt worden? Draagt hij/zij graag zachte stoffen en   

           heeft hij/zij bijvoorbeeld een hekel aan harde knoopjes?


Als je 10 of meer van de bovenstaande vragen met ‘ja’ hebt beantwoord, is jouw kind waarschijnlijk een beelddenker.